Meanderships header

Winter…

2026 103Voorafgaand aan iedere winter, zorgen we dat alles goed voor elkaar is. De dieseltanks zijn vol, het stroomsysteem is nagekeken en de CV ketel krijgt nog een servicebeurt. Je kunt tenslotte op de eilanden niet zomaar even een monteur laten komen! We gaan dus altijd goed voorbereid op pad, maar …..je kunt niet overal op voorbereid zijn.

We voeren al vroeg in November naar de wadden en streken neer op Vlieland, waar we een maand lang hebben genoten van de immense rust op het nagenoeg lege eiland met dito haven. Na een maand rust vonden we het beiden ook wel weer gezellig om het binnenland in te trekken, waar de leuke havens volop in Kerstsfeer zijn. De jaarwisselingen vierden we op onze mooie vaste ligplaats in Monnickendam, waar we een prachtig zicht hebben op het oude stadje - dat misschien wel voor de laatste keer – prachtig versierd werd door mooie vuurwerkfonteinen.

Na de jaarwisseling werd het opeens ander weer in Nederland. De hele meute ‘Kerst op Terschelling gangers’ vinden een weergaatje en in één dag loopt de hele haven weer zo goed als leeg.

Dan valt de winter echt in en de Gouwzee vriest dicht. Klunend door de sneeuw over de gladde steigers bereiken we de auto, maar dat zijn tot nu toe de enige ongemakken. Het heeft ook wel weer wat en iedereen schikt zich er in. Natuurlijk zijn er zorgen over de watertappunten die vastvriezen, maar iedereen is creatief en met lange haspels kunnen we toch water laden.
Aan boord van de Meander V is het heerlijk behaaglijk en we genieten van de vergezichten over een bevroren Gouwzee in onze witte wereld.

Toch hebben we even een kleine tegenslag, want op een avond zitten we op de bank en ruiken de penetrante geur van hete antivries, dat uit de radiatorkast achter ons komt.
“Da’s niet goed“. Ik schuif de bank naar voren schuiven, zodat ik er via de luchtaanvoer onder kan kijken! Even later lig ik op mijn buik op de vloer voor de luchtaanvoer en moet met lichte schrik constateren dat de radiator lek is. Er ligt al een plasje vloeistof onder en gestaag druppelt het langs een buisje dat de toevoer verbindt met de thermostaatkraan.
“Da’s niet best! Ik ga even beneden in de machinekamer kijken of de waterdruk nog goed is.”
Terwijl Inge een bakje onder de radiator plaatst, ga ik beneden kijken. Mooi… er zit nog ruim 1 bar in, dus veel is er niet uit gelekt. Ik besluit de keteltemperatuur wat te verlagen en druk te laten zakken, in de hoop dat het lekken minder wordt.
Laat op de avond duik ik weer achter de bank in zie dat het druppelen ondanks mijn handelingen niet verminderd. Een zorgwekkende situatie, want ik heb wel twee verwarmingsketels in het systeem zitten, namelijk de ACV dieselketel en het ingenieuze Whispergen motortje dat ook stroom levert als ie verwarmd, maar als er een radiator lek gaat, zitten we toch in de kou.
“Kun je die radiator niet afsluiten?” vraagt Inge, die weet dat onder aan iedere radiator aan boord een afsluitbaar voetventiel zit.
Dat is een goede suggestie, maar dan blijkt dat één ventiel precies achter de voorste zit, dus die kan niet dichtgedraaid worden! “Je moet ook alles zelf doen!” mopper ik. “Deze radiator heb ik tijdens de bouw niet opgehangen. Balen! De afsluiters is onbereikbaar gemonteerd!”
Het druppelen gaat sneller en ik word nu ongemakkelijk, waarop ik besluit dat er zo spoedig mogelijk een nieuwe radiator moet komen. Na de maten en het vermogen te hebben opgenomen, ga ik naar de website van onze verwarmingsleverancier en al snel kom ik tot de ontdekking dat deze - ruim twintig jaar oude - radiator niet meer leverbaar is.

Die nacht slaap ik onrustig en ga met enige regelmaat naar boven om het lekbakje te legen. Dan zie ik ook de schier onmogelijke kans om die radiator er uit te krijgen zonder de betimmering te moeten vernielen. Dan kan ik uren wakker liggen piekeren over de beste oplossing…

De volgende morgen sta ik al vroeg bij de CV groothandel in Purmerend en laat me voorlichten over welke radiator deze zal kunnen vervangen. Een uurtje later rij ik huiswaarts met een nieuwe, loodzware drieplaats convectorradiator van bijna 80 kg.
Als ik hem uitpak is alles anders, de ophanging, de aansluitpunten, het schroefdraad daarvan en ga maar door.
Om een lang verhaal kort te maken, ben ik met Zen aan de slag gegaan en heb de CV afgetapt, de radiator losgekoppeld en de omkasting in tact kunnen laten. Daarna heb ik de beide leidingen afgesloten en de druk er weer opgezet, zodat de rest van het schip warm gestookt kan blijven worden, want het is steenkoud winterweer met een gure oostenwind. Met hulp van iemand op de haven heb ik de radiator met vereende krachten van boven uit de radiator omkasting getild en de nieuwe teruggeplaatst. Na een paar uren klooien met verloopnippels en aansluitingen, kan het water er weer op, waarna het spul weer draait.
Mooi op tijd, want het werd daarna pas écht winter!

Evert

E-mailadres

Aandrang

Aandrang 2Wat is dat toch, die drang om het water op te gaan — varen, drijven, zeilen — ook al weet je dat het soms niet verstandig is? De natuur is grillig, veranderlijk en onvoorspelbaar. Zo is het water het ene moment spiegelglad, en even later waait de stront van de dijk. Zo is het glashelder, en even later zit het potdicht.
Een goed vaarplan is daarom essentieel en betrouwbare informatie onmisbaar, zeker in het najaar, wanneer herfststormen worden afgewisseld met windstille, mistige dagen.

In de zomer liggen we met de Meander V stand-by als back-up schip voor Stichting Vaarwens, en dan kunnen we eigenlijk niet weg. Maar in het winterseizoen krijgen we aandrang. Dan is het rustiger op het water, en grijpen we de kans om het nuttige met het aangename te verenigen. We varen graag naar de Wadden om de feestdagen door te brengen, al dan niet met gasten. Toch merken we in dat seizoen telkens weer hoe moeder natuur haar hindernissen opwerpt.

Als we vroeg in november de trossen losgooien, waait het nog stevig, maar dat houdt ons niet tegen. We doen Enkhuizen aan en willen de volgende ochtend verder. Wanneer ik ‘s morgens naar buiten kijk, zie ik geen wind, maar ook geen zicht. Het zit potdicht. Toch laten we ons niet weerhouden. Met veertig jaar vaarervaring en talloze uren achter radar en plotter, heeft mist voor mij weinig geheimen. Maar lekker vaart het nooit.
We willen nog even bunkeren in Stavoren en moeten de haveningang zoeken op onze apparatuur, want als we tussen de pieren zitten, zien we pas de schimmen van de dijk… Leve het groene schermpje van de Furuno radar.

Een dag later schieten we bij Kornwerderzand de Lorentzsluizen uit en zetten de marifoon op kanaal 2 van de Brandaris.
Het weerbericht klinkt: slecht tot weinig zicht, hier en daar mistbanken met minder dan vijftig meter zicht. In de Boontjes kunnen wij nog vier boeien vooruit zien, maar via de Brandaris horen we dat het op het wad potdicht is.
Een bruinvloot¬schip ligt buiten het vaarwater van de Blauwe Slenk voor anker. De beroepsvaart meldt elkaar voortdurend positie en koers.
Dan klinkt het vanaf de Brandaris:
“Dat vaartuig ter hoogte van het Franse Gaatje, meld u zich! Wat is uw bestemming en hoeveel opvarenden zijn er aan boord?”
Een zeiljacht antwoordt dat het naar Vlieland wil. Op de vraag of ze radar, AIS of andere navigatieapparatuur hebben, klinkt een aarzelend “Nee.”
“Dan bent u in overtreding, meneer. U mag met dit zicht hier niet varen. Gaat u buiten de vaargeul voor anker tot het zicht beter wordt. Over.”
Even stilte. Dan:
“Brandaris, we hebben geen goed anker en we willen graag doorvaren!”
Op de achtergrond roept iemand: “Zeg dat we wel goede navigatie hebben we hebben toch een zeekaart en een plotter!”
“We houden deze koers aan, mevrouw!”
“Dan gaat u richting Terschelling, meneer. Houd een koers aan van 4 graden!”
Inge en ik kijken elkaar aan en denken er het onze van. Wanneer een beroepsschipper meldt dat juist in dat gebied de mistbank het dichtst is, neem ik het besluit Harlingen binnen te lopen. We wachten af. Na een uur trekt het zicht verder dicht. Wanneer de veerboot Harlingen binnenkomt, zie ik op honderd meter slechts een schim voorbij glijden.

Kunnen varen en willen varen liggen verraderlijk dicht bij elkaar. Met de Meander V kunnen we in dichte mist overal komen — de apparatuur aan boord is betrouwbaar — maar in bepaalde Nederlandse gebieden mag dat simpelweg niet. Daar is alleen varen toegestaan met gekeurde radarapparatuur en een geldig radarpatent. Die radar is wel aan te komen, maar dat radarpatent heb je niet zomaar. (Ik schreef hier al eerder over in mijn column ‘Klokje varen’ )

De volgende dag varen we onder een staalblauwe lucht over het prachtige wad, ontspannen en tevreden.
Soms moet je de aandrang gewoon even voorbij laten gaan.

Evert

E-mailadres

Zeekaarten

Navigeren 4In het Sinterklaasjournaal was de stoomboot onlangs verdwaald, omdat het licht van de vuurtoren op Texel uit was! Het zette me aan het denken…

Wie koopt ze eigenlijk nog, die grote papieren vellen van elk vaargebied apart? Als je ze aanschafte, waren ze eigenlijk al niet meer up-to-date, want Rijkswaterstaat is het hele jaar door bezig tonnen te verplaatsen vanwege de veranderende dieptestaat in de stromende vaarwateren.
Wekelijks stonden de BAZ-berichten (Berichten aan Zeevarenden) overzichtelijk in de krant. Daarna begon het gepuzzel: met passer en parallelliniaal de exacte posities opzoeken in noorderbreedte en oosterlengte, om op dat kleine puntje de nieuwe ligging van de boei in te tekenen. Haast niemand deed het; de meesten vertrouwden op het zicht om de boei wel te vinden. Ik was er trouw in, zeker in het vaargebied waar we ons vaak bevonden. Het heeft me meer dan eens goede diensten bewezen wanneer het zicht weer eens beperkt was. Wat was ik dan opgelucht als de boei daadwerkelijk lag op de positie waar ik op het kompas naartoe stuurde.

Toen ik onlangs in de serie The Vikings zag hoe de mannen met een drijvertje in een emmer water als kompas overal kwamen waar ze wilden zijn, voelde ik me even een onbenul. Maar goed, zekerheid boven alles — daar ga ik voor.
Met de komst van de Yeoman-kaartplotter was ik al helemaal gelukkig. Een grote muis met een kijkglas en vier lampjes leidde me over de papieren kaart en liet via de GPS zien waar ik was. Even schuiven tot alle lampjes uit waren, en het middelpunt van het kijkglas wees mijn positie aan. Evengoed moest ik mijn kaarten blijven bijwerken, want als die niet kloppen, ben je net zo ver van huis…

Het was voorjaar 2000 toen mijn boxbuurman in Lauwersoog me het allernieuwste WINGPS 3.0-programma toonde op zijn laptop. Ik was meteen verliefd. De papieren kaarten verschenen op het scherm en een cursor gaf mijn positie aan. Tijdens het varen zag je je koerslijn én bleef er een spoor achter van wat je gevaren had. Dát moest ik hebben!
Ik werd er handig in, want met een handscanner kon je vrijwel alle papieren zeekaarten zelf digitaliseren en importeren. Het mooiste was (en is nog steeds) dat je de vertrouwde kaarten van de Hydrografische Dienst herkenbaar op het scherm had.
Nóg mooier: Stentec bood de mogelijkheid de kaarten regelmatig te updaten, zodat ze altijd actueel bleven.

De tijd staat niet stil, en nog steeds durf ik blind op het programma te varen, al dan niet aangevuld met het groene scherm van de radar. Een positie, route of koers naar de stuurautomaat sturen kan met één druk op de knop, en de mogelijkheden zijn eigenlijk onbegrensd. Updaten is kinderspel en het uitwisselen van tochten en waypoints met andere schippers is een feestje — zeker wanneer zij jouw route willen volgen in voor hen nog onbekende gebieden.
Momenteel is de concurrentie groot en het aanbod aan navigatieprogramma’s enorm.

En toch: je zou ze de kost moeten geven die met alleen een telefoon of tablet via Google Maps het open water op gaan. Als de ontvangst wegvalt of de batterij leeg is, mogen onze redders weer uitrukken…
Toch ligt er bij mij altijd een zeekaart op de kaartentafel. Blind vertrouwen op elektronica heb ik wel afgeleerd. Daar staan genoeg verhalen over in mijn boeken. Maar WINGPS blijft voor mij, na ruim veertig jaar, een onwijs plezierig en gebruiksvriendelijk programma.
Al is het maar vanwege de kaarten uit de 1800-serie: de Hydrografische Dienst geeft die lang niet allemaal meer uit, en Stentec komt gelukkig op zeer korte termijn met een mooi alternatief, zodat men nog steeds betrouwbare kaarten mét wekelijkse BaZ-updates aan boord kan gebruiken.

E-mailadres

Hondje uitlaten…

Hondje uitlaten 11Al drie jaren lang wisselen Inge en ik elkaar dagelijks af bij het uitlaten van onze trouwe viervoeter ‘Steffie’. Inge gaat met de auto naar het prachtige losloopgebied ‘Hemmeland’ en ik steevast met een heel oud rubberbootje zonder waarde, want onze nieuwe rubberboot waag ik er niet aan. Je kunt namelijk nergens aanmeren, dus laat ik het bootje het strand oplopen met de motor omhoog voor het laatste stuk, want er liggen ook allemaal stenen op de bodem. Steffie kan meestal niet wachten en springt er al veel eerder uit, wat de manoeuvre dikwijls enigszins bemoeilijkt… Enfin het lukt me altijd weer om met droge voeten op de kant te komen, waarna we een dik uur wandelen.

Storm


Het waait straf, en de windgetijde op de Gouwzee doet zijn werk. Door de zuidwestelijke wind is er wel 80 cm water weggewaaid naar de overkant van het Markermeer en op alle havens is er reuring om de lijnen te lossen, want anders hangen de schepen aan de steigers.
“Je gaat toch niet met het bootje naar de overkant met deze storm?” vraagt mijn lief bezorgd als ik ’s middags aanstalten maak om Steffie uit te laten.
Ik pak de verrekijker en bestudeer het golfpatroon nabij het strandje aan de overkant, 10 minuten varen verderop.
“Hmmm… moet wel kunnen hoor. De wind staat dwars voor de baai met het strandje langs. Ik hoop alleen dat er nog een beetje water staat, want het is erg laag!”
Even later ga ik in mijn regenpak met Steffie naar het bootje, dat nu wel heel diep naast de steiger ligt. Met wat acrobatische toeren kom ik er in en sla eerst vijf minuten aan het pompen, want ze staat vol water na al die hevige stortbuien…

Oversteek


Het ouwe trouwe Yamaha motortje loopt bij één trek aan het koord en Steffie duikt zonder enige twijfel ruim een meter de diepte in bij me in het bootje. We hebben wind mee en we verlaten onder het gierende geluid van de storm door het want van zeilschepen de haven. Het is grijs en het miezert, kortom heerlijk weer…
Als we ons baaitje aan de overkant naderen, zie ik de waterlijn van de twee schepen - die al sinds jaar en dag daar achter het anker liggen - wel zo’n 20 centimeter hoger staan, ten teken dat ze aan de grond zitten. Eén ervan ligt helemaal scheef, want die ligt precies op een stenen damwand, waarvan er om de honderd meter ééntje onder water om het hele Hemmeland heen ligt. Als ik de baai indraai, zijn de golven weg, maar ik zie dat water zich zo ver heeft teruggetrokken, dat het strandje zich meters verderop bevind. De motor pruttelt en maalt al door de modder van de bodem en snel trek ik het staartstuk omhoog. We schuiven nog een meter door en komen ruim drie meter uit de kant al vast te zitten.

Drijfzand


Ondertussen is Steffie er al met een sierlijke sprong uitgedoken en weet – zei het met modderpoten – de kant te bereiken, maar ik moet nog… De bodem ziet er even mooi bezaaid met schelpjes uit als verderop en ik denk zo uit het bootje te stappen, maar dat valt tegen. Zodra ik gewicht op mijn rechtervoet buiten het bootje zet, zak ik door het schelpenlaagje tot halverwege mijn knie in de blubber. “Nou, dan de andere voet ook maar.. !” mopper ik, en ook die zakt diep weg. Ik probeer twee stappen te doen, want dan ben ik op hardere bodem, maar mijn rechterschoen blijft achter. Even heb ik een déjà vu dat ik aan het wadlopen ben en ga verwoed graven naar mijn schoen. Tot aan mijn elle boog graaf ik in de stinkende modder en vind zowaar de schoen terug. Even later zit ik op de boomstam mijn sokken en schoenen te spoelen, terwijl Steffie me al probeert te verleiden met haar frisbee. “Even wachten schat, baasje moet nog even de blubber uit zijn broekspijpen spoelen...

Wind gedraaid


Uiteindelijk sjomp ik met kletsnatte voeten soppend over het Hemmeland en tracht de frisbee gericht voor Steffie te gooien. Dat wil niet. Het waait veel te hard, dus stop ik hem in mijn zak en zoek een stok voor ons speelse kameraadje. Het is stil in het natuurgebied, iets wat je zelden meemaakt, maar als er hier en daar een dikke tak over het wandelpad ligt, snap ik het wel… De natuur heeft het zwaar, want de bomen zitten nog vol blad. Toch kom ik een wandelgenoot tegen die ook een bordercollie heeft.
“Je bent helemaal nat man!” lacht hij, “je bent toch niet met dat ouwe bootje gekomen?”
Ik vertel hem mijn avontuur en hij lacht; “… en je moet ook noch terug!”
We lopen een klein uurtje en ik merk dat de wind aantrekt, maar ook van richting verandert.
“Ik moet maar naar mijn bootje Lodewijk, want de wind draait naar het noordwesten. Dan ligt het baaitje pal aan lagerwal en kom ik er niet meer weg!”
Stevig stappen we door, terwijl onze Steffie en Max zich vermaken met een gevonden bal.

Lagerwal


Bij het bootje aangekomen, ziet het er niet goed uit. De golven rollen recht het baaitje binnen en het oude bootje rolt verontrustend.
“Hoe wil je dit gaan doen?” vraagt Lodewijk bezorgd.
“Eh… eerst een stukje de baai uit roeien en dan snel het staartstuk naar beneden!” lach ik wat onzeker.
Er is door de gedraaide wind wat water teruggekomen en ik red het nu om zonder te hoeven wadlopen in het bootje te komen. Als Steffie ook binnenboord is, krijgen we een zet van Lodewijk, zodat we een beetje water onder de kiel hebben. Ogenblikkelijk begin ik te roeien, maar de wind is te sterk, waardoor ik richting de basaltblokken de baai weer in drijf. Verwoed ga ik in de weer met een bootshaak en duw mezelf naar dieper water. Je wilt niet weten hoe lang ik heb lopen kloten om die baai uit te komen, maar als uiteindelijk het staartstuk van de motor naar beneden kan, ben ik zielsgelukkig dat het ouwe trouwe ding in één keer aanslaat. Dan vol gas de baai uit, maar ook daar kom ik nu een onverwacht onderwaterobstakel tegen. Ik zit op die stenen damwand!

Supermotor!


Klappend, knetterend en sputterend weet ik over de dam heen te komen, door het staartstuk iets op te lichten, maar in ieder golfdal raakt het schroefje de stenen. “Als die breekpen het maar houdt!” roep ik naar Lodewijk, die mijn stuntwerk vanaf de kant gespannen gade slaat. Uiteindelijk hebben we wat meer water onder het bootje en hevig stuiterend, buizen we - bakken water overnemend - in de golven op. Ik steek de duim omhoog naar Lodewijk, die ons bezorgd na kijkt en Steffie hangt vandaag even niet dapper met haar voorpootjes over de boeg. Ze maakt zich klein en draait het kontje in de wind op, waarbij ze me vertwijfeld aankijkt met een blik; “Vinden we dit nog leuk baasje?”

Thuisgekomen, droog ik Steffie af en vertel mijn lief in telegramstijl mijn avontuur, daarna stap ik onder een warme douche…
Een half uurtje later belt Lodewijk me op; “Ah… je neemt de telefoon op. Blij je te horen. Ik was er niet gerust op dat je de overkant zou halen…”

Note: De bijgaande foto’s van de situatie heb ik de volgende dag gemaakt, want tijdens het avontuur heb ik daaraan niet gedacht…

Evert

E-mailadres

Zoeken